Загрузка...

AI-разбор доступен после входа

Суть книги, пересказ, главный конфликт, ключевые идеи, вывод, кому полезна, главные темы, персонажи и цитаты можно получить после входа в BookRa.

auto_awesomeПолучить AI-разбор

О книге

Дата написания1970-01-01
Язык книгиnl
Возрастное ограничение0+

Читать онлайн

Страница 14 из 16

De afdeeling, die levensmiddelen was gaan brengen naar de klip bij den berg Minna ten behoeve van ons troepje bij de terugkomst uit het Zuiden, ontsnapte ook aan een wissen dood op haar terugweg naar de winterkwartieren. Den 18den Februari had ze een streek te passeeren, die vol spleten was, en ze hielden een richting, die loodrecht op die gevaarlijke plekken stond. Het ging naar kaap Crozier en ze draafden over een harde oppervlakte. Plotseling werd een voet van Joyce gevat door een opening, maar hij kon zich nog snel loswerken en zijn weg vervolgen. Het ongeval leek niet erg, en er werd niet om stilgehouden, want Joyce viel niet. Maar in het volgende oogenblik, toen de slede over een hoogen sastrugi ging, sloeg ze achterover onderste boven en met een donderend geweld stortte de sneeuwbrug, die een breede spleet had verborgen, in.

Marston, die vóór de slede liep, kwam er nog net over, en een hond, die naast hem liep, viel erin, maar kon aan het tuig nog worden opgetrokken. Het gezelschap stond toen aan den rand van een gapende kloof, waarin gemakkelijk de slede met de mannen en de honden hadden kunnen worden verzwolgen. Aan den overkant van de instorting zagen ze nog duidelijk de sporen van de slede en hun eigen voetstappen, plotseling ophoudend, waar de brug was ingestort. Dat ze ontkomen waren aan het doodsgevaar, leek hun een wonder, en nadat ze een photografie hadden genomen, trokken ze verder met veel grooter voorzichtigheid.

Er zijn in allerlei opzichten door de inspanning der expeditieleden belangrijke resultaten verkregen, zonder dat wij eenig verlies hadden te betreuren. Thans brengt ons stevig scheepje ons naar de beschaving terug. Onze arbeid is ten einde. Na zooveel maanden van vermoeienis en ontberingen, kunnen we rust nemen, slapen en eten naar hartelust in een gevoel van voldane behagelijkheid.

De Nimrod sloeg den weg naar het Noorden in met volle zeilen en met de grootste snelheid, waartoe haar machine in staat was. Er woei een zeer hevige koude wind, wat een geluk moest heeten, want het ijs, dat begonnen was, zich aan de oppervlakte te vormen, werd snel al dikker en dikker, terwijl groote brokken drijfijs voor ons uit dreven, zoodat het veel waard was, vlug vooruit te komen.

Een lid der expeditie op de wandeling met zijn honden.

Op den morgen van den 6den Maart waren we op de hoogte van kaap Adare, en ik hoopte, tusschen de Balleny-eilanden en de kust te kunnen doorvaren, en de kustlijn te volgen van kaap North naar het Westen, om de kust tot Adelieland te verkennen.

Maar eerst had ik nog gehoopt, de geologische verzamelingen aan boord te kunnen nemen, die door onze noorderafdeeling op het eiland Monazite waren neergelegd. Op dat oogenblik blies de wind echter als een storm, en de ijsvelden, die aan de kust zich ophoopten, werden dikker en dikker. Er was geen enkele schuilplaats in de buurt van het eiland; dus zou het zeer moeilijk wezen, aan land te gaan, en het minste oponthoud, zou noodlottige gevolgen kunnen hebben. Al die redenen werkten ertoe mee, mij te doen besluiten, de geologische collectie in den steek te laten en weer noordwaarts te stevenen.

Zoo probeerden we dan den 6den Maart dien doorgang en de verkenning van de kust naar het Westen, ten einde het verband te ontdekken tusschen Victoria- en Adelieland. Het was een moeilijke onderneming. Altijd hadden ten westen van kaap North de vaste ijsmassa’s de schepen tegengehouden, als ze hadden getracht, erlangs te varen. Geen schip was dan ook ooit verder naar het Westen doorgedrongen. De Discovery was door de Balleny-eilanden heen gevaren en was zeilende de plek gepasseerd, waar op de kaarten Wilkesland was geteekend; maar het was een open vraag gebleven, of Wilkesland niet op wat zuidelijker breedte kon liggen.

Langs het pakijs varend, dat in dikte bleef toenemen, hadden we de voldoening, ons scheepje langs die kust te brengen tot een punt, verder westelijk gelegen, dan op eenige vorige expeditie was bereikt. Op den morgen van den 8sten Maart kwamen we in het gezicht van een nieuwe kustlijn, een voorbij kaap North zich uitstrekkend, tot nu toe onbekend land, dat eerst naar het Zuiden en dan naar het Westen liep over een afstand van 45 mijlen.

Wij deden opmetingen en Marston schetste de hoofdlijnen.

Wij waren te ver uit den wal, om foto’s te nemen, die eenigszins van waarde konden wezen, maar de schetsen wezen duidelijk den aard van het land aan. Het was een plateau, en prof. David hield het voor den noordelijken rand van het groote tafelland, dat dit deel van den Antarctis inneemt, het zuidelijke Poolplateau. Wij konden heel goed hooge rotsen onderscheiden en klippen, met eenige baaien ertusschen.

Wij zouden allen graag aan de exploratie zijn gegaan van dit deel der kust, maar daarvan was geen sprake, evenmin als eraan kon worden gedacht, meer naar het Westen te stevenen. Het ijs nam maar voortdurend in dikte toe, en jong ijs werd gevormd tusschen de brokken van het vorige jaar, zoodat er werkelijk gevaar begon te dreigen, dat we zouden invriezen. Dus werd het dringend noodig, dat we ons uit de voeten maakten, om vlug open water te zoeken, want anders zouden we genoodzaakt worden tot een hernieuwde overwintering. Daar het zou zijn geweest op een plaats, waar we geen geologisch werk van beteekenis zouden kunnen doen, maakten we haast, om weg te komen. Wij wendden dus den steven naar het Noorden langs het pakijs, steeds nog weer zooveel mogelijk westelijk houdend naar de Balleny-eilanden.

Pannekoek-ijs op de oppervlakte der zee. Dit is de eerste formatie van het ijs op zee.

Ik had nog hoop, dat het mogelijk zou zijn er voorbij te komen en Wilkesland te vinden. Het was een bijzonder moeilijk werk, en op sommige oogenblikken kon het schip zich haast niet bewegen. Het scheen geheel door het ijs geblokkeerd, en eindelijk tegen middernacht zag ik, dat het noodig was den steven te wenden naar het Noorden. Dat was op den 9den Maart.

Het was intusschen al te laat; het ijs sloot zich, en de Nimrod zat weer vast. De toestand was kritiek; maar na lang scharrelen vonden we toch nog een uitweg, een open kanaaltje, en door dat te volgen kwamen we in den namiddag van den 10den in open water, na een menigte ijsmassa’s te zijn gepasseerd.

Nu waren we dan uit het pakijs vandaan, en onze tribulaties waren ten einde. Na een snellen en voorspoedigen overtocht waren we den 22sten Maart op Nieuw-Zeeland aan de monding van Lord’s rivier op den zuidkant van het Stewart-eiland.

Het is nu dadelijk niet mogelijk, met juistheid de beteekenis te schatten van het aardrijkskundige en natuurwetenschappelijke werk, door de expeditie verricht. In elken tak van de natuurwetenschap is er gewerkt, en specialiteiten zullen te zijner tijd de bereikte resultaten openbaar maken. Op het oogenblik is de studie van de verzamelingen, die wij hebben meegebracht, nauwelijks begonnen. Ik kan dan ook slechts in hoofdlijnen de meest in het oog loopende uitkomsten aangeven.

Страница 14 из 16

Вам также может понравиться

Страница 1 из 4

Назад124Далее